Soms lijkt een strafzaak stil te liggen, terwijl de gevolgen voor de betrokkene voortduren. Dat was ook het geval in deze zaak, waarin een in beslag genomen telefoon maandenlang niet werd teruggegeven en het Openbaar Ministerie geen duidelijkheid gaf. Pas nadat wij een klaagschrift hadden voorbereid, kwam er beweging in de zaak.
Een cliënte is in eerste aanleg veroordeeld voor het medenplegen van een poging tot afdreiging. De politierechter legde een taakstraf van 80 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand op.
In hoger beroep is namens cliënte vrijspraak bepleit. Mr. drs. R.J.H. van der Wal heeft daarbij onder meer gewezen op tekortkomingen in het procesdossier, waaronder het ontbreken van een essentieel bericht dat ten grondslag lag aan de verdenking. Daarnaast is aangevoerd dat de verbaliseringsplicht is geschonden.
Het gerechtshof stelde vast dat sprake was van een rommelig en onvolledig procesdossier. Op verschillende momenten waren aanvullende processen-verbaal aan het dossier toegevoegd, waarbij bovendien sprake was van verschrijvingen en onduidelijkheden. Het gerechtshof constateerde daarnaast een schending van de verbaliseringsplicht.
Hoewel het gerechtshof hierin geen aanleiding zag om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren, hadden de gebreken in het dossier wel gevolgen voor de bewijsbaarheid van het tenlastegelegde feit. Een essentieel bericht, waarin volgens de aangever voor het eerst om een geldbedrag zou zijn gevraagd, ontbrak in het dossier. Tegelijkertijd bevatte het dossier aanwijzingen die juist twijfel opriepen over het bestaan van dit bericht.
Het gerechtshof kon daardoor niet met voldoende zekerheid vaststellen dat cliënte het oogmerk had gehad om het tenlastegelegde feit te plegen. Uiteindelijk vernietigde het gerechtshof het eerdere vonnis en sprak cliënte volledig vrij.
Van der Wal Strafrechtadvocaten treedt op in strafzaken door heel Nederland. Heeft u vragen over uw rechtspositie? Neem gerust contact op.